Waarom ben ik hier nog?
arrow_drop_up arrow_drop_down

Waarom ben ik hier nog?

Gastblog door Dyenne van Aalst – Hendrikse

‘Waarom ben ik hier nog?’ Deze vraag werd mij jaren geleden gesteld door een meneer die ik wekte voor de wasbeurt.

Zelf vraag ik me ook wel eens af waarom sommige mensen niet opgehaald worden als het leven lijden is geworden.

Deze vraag zal, denk ik, nooit worden beantwoord.

Het was zeven uur en de dagploeg stond op om aan het werk te gaan. Opgewekt stapte ik een kamer binnen. ‘Goedemorgen’ riep ik en liep naar het bed waar een oud, klein, kaal mannetje in lag. Hij draaide zich om en keek me teleurgesteld aan.

‘Ben ik hier nou nog?’, zei de man met een zucht.

‘Ja, u woont nu bij ons’, antwoordde ik vriendelijk.

De oude baas ging op de bedrand zitten en vroeg: ‘Zuster, waarom ben ik hier nou nog?’.

Omdat ik nu begreep wat hij werkelijk bedoelde, ging ik naast hem zitten.

‘Wat zou u graag willen?’, vroeg ik hem.

Hij begon te vertellen over zijn vrouw die hij zo miste en over zijn leven dat zo zwaar was. Altijd hard werken voor weinig geld. De man stopte even en zei ‘En nu ben ik zo moe en ik wil bij mijn vrouwke zijn en uitrusten’.

Aandachtig luisterde ik naar hem en zei: ‘Ik weet ook niet waarom u hier nog moet zijn, de enige die dat weet is Jezus’.

Hij keek me tevreden aan en knikte.

‘U gelooft ook!’, zei hij en legde zijn hand op de mijne.

‘Zo kan ik niet aan Hem verschijnen’ liet hij er lachend op volgen terwijl hij naar zijn pyjama keek.

Tijdens het wassen gniffelde hij.

‘Zou Petrus wel open doen als ik zo voor de hemelpoort stond?’.

‘Als u het vriendelijk vraagt misschien’, antwoordde ik hem terwijl ik hem verder waste.

‘Mijn vrouw had er een hekel aan als ik lang in mijn pyjama liep, dus zij zou me niet binnen laten’, zei het mannetje met een glimlach van oor tot oor.

Na een half uur zat meneer gepoetst en geschoren – zoals hij zelf zei – in zijn rolstoel. Samen ging we naar de huiskamer waar de andere bewoners al aan tafel zaten. Dankbaar pakte hij mijn hand.

’U bent een goeie zuster’, zei hij, en knikte lief naar me.

Opgelucht verliet ik de huiskamer, want je weet nooit of je de juiste woorden gebruikt in zo’n situatie. Met deze levensvragen moet je heel geduldig en liefdevol omgaan, want alleen dan kun je iemand op zijn gemak stellen, zodat deze fase in het leven draaglijk is.

Dit gastblog is geschreven door Dyenne Van Aalst- Hendrikse.

Ze werkt als verzorgende in een verpleeghuis op een pg-afdeling en geeft palliatieve zorg.

Ze is schrijfster van het boekje, waken bij het laatste uur.

 

Dank je Dyenne, voor het delen van je verhaal!

Reactie plaatsen